In zijn laatste column voor de zomerstop, tilt Chris van Rijswijk zwaar aan zijn laatste loodjes. Maar hij laat zich niet ontmoedigen en kijkt alweer met enthousiasme vooruit naar het nieuwe seizoen!
Het einde van het seizoen 2025/26 is in zicht en de prijzen worden verdeeld, wie wordt kampioen of gaat de nacompetitie in?
De druk op een team is zeker voelbaar en dat merken we op het veld als arbitrage, want geen enkele beslissing is goed. De supporters doen er nog een schepje bovenop door bij elke beslissing te fluiten of hoorbaar hun ongenoegen kenbaar te maken. Dus er is niet alleen druk bij de trainers en voetballers, maar ook bij de arbitrage. Daar moet je wel mee om kunnen gaan. Je geeft bijvoorbeeld een hoekschop waar het zeker een achterbal moest zijn. Uit deze hoekschoep wordt gescoord en dit blijkt de winnende zijn. Hoe moet je je dan voelen? De winnaar blijft erin, de verliezer degradeert, of de winnaar wordt kampioen en de andere wordt tweede.
Goede voorbereiding
Dus is het voor ons wedstrijdofficials belangrijk om zeker nu wat extra werk te verrichten en ons zo goed mogelijk voor te bereiden. Wat voor wedstrijd kunnen we krijgen? Heb je deze teams voor de winterstop gehad? Dan is er meestal nog niets aan de hand, maar na de winter kan het helemaal anders zijn. De een doet nog mee voor het kampioenschap, terwijl de ander voor lijfsbehoud vecht. Allemaal zaken om rekening mee te houden.
Eind in zicht
Maar wat voor de clubs geldt, geldt ook voor ons. Wat gaat er gebeuren na de nacompetitie: promoveren we of degraderen we? Of blijven we in de groep waar we in zitten? Scheidsrechters weten hoe ze ervoor staan door middel van twee keer een tussenstand. Zo weten ze wat er wordt verwacht. In de groep waarin ik zit als assistent, werken ze niet met een ranglijst maar met een werkgroep die bepaalt of je doorgaat naar de landelijke lijst. Deze groep heeft wel eisen die je moet halen en dat vind ik terecht, want je moet wel kunnen presteren op de landelijke lijst.
Maar wat me opvalt, is dat zodra je de opleiding als assistent volbracht hebt en je bent jong, je gelijk op de landelijke lijst wordt gezet. Er zijn assistenten die dat makkelijk aan kunnen, maar er zijn ook assistenten die beter een jaartje later de stap zetten. De jongens (en meiden) krijgen zelf een jaar lang een coach mee om ze te helpen. Helaas gaat dit wel ten koste van de “ouwe rotten” zoals ik, want voor de winterstop had ik nog twee keer begeleiding van zo’n coach. Daarna echter niet meer, want de jonge assistenten krijgen dan voorrang.
Echt het einde?
Maar betekent dit dan het einde van mijn loopbaan als assistent? Welnee! Ik heb er nog veel te veel plezier van, zeker als ik met die jonge gasten op stap mag gaan. Ze blijven immers toch wel om tips vragen, want ze moet het vak nu eenmaal goed leren om tegen de druk en spanning van de wedstrijd bestand te raken.
Nee, hoor, ik blijf gewoon weer een jaar in deze groep waar ik zit. Wel wil ik even duidelijk maken dat als ik een coach aangewezen krijg, ik dan eis dat hij nu wel vier keer komt kijken i.p.v. slechts twee keer. Dit gaat nu al drie jaar zo: je krijgt een coach toegewezen, maar zodra de cursus begint, tellen wij als ouwe rotten niet meer mee. Dat terwijl die ouwe rotten heel belangrijk zijn voor hun jonge collega’s, want die hebben nog niet voor zulke hete vuren gestaan als wij. En laat dat nu iets zijn waarbij wij ze juist kunnen ondersteunen.
Promotie/degradatie
Na de nacompetitie weten we wie er promoveren of degraderen als (assistent-)scheidsrechters. Lukt het je om een groep hoger te komen, heb je het goed gedaan. Blijf je in de groep, dan had je iets beter je best moeten doen. Degradeer je? Vervelend, maar kan gebeuren. Niet bij de pakken neerzitten en volgend seizoen gewoon opnieuw proberen.
Laten we het einde van dit seizoen, met alle hoogte- en dieptepunten, mooi afmaken. De meeste collega’s delen hun ervaringen ook met elkaar op een scheidsrechtersvereniging. Ben je nog geen lid, word dan lid. Dat is al een goede stap op weg naar een mooi nieuw seizoen.
