Column: Wat hebben wij toch allemaal gemist?

Beste Scheidsrechters en sportvrienden!

Het is zondagochtend 6.40 uur en ik lig zo op mijn rug in bed mijn voetbalcarrière te overpeinzen.

Ik begon als jochie van 9 in de pupillen bij WSE als keeper. Ik zat motorisch niet zo lekker in elkaar en daarom vond men dat ik maar op doel moest. Ik had toen een – laten we zeggen – idool, dat was de keeper van het Tsjechische nationale elftal waar ik met mijn vader naartoe was gegaan, een interland Nederland-Tsjechoslowakije in het Olympisch stadion in Amsterdam.

Ik dus ook in een zwarte trui, grote voetbalschoenen à la Willem van Hanegem met stalen neuzen en gespijkerde noppen. Na 5 min. spelen tegen Waddinxveen kreeg ik mijn eerste doelpunt tegen: een schot van Kees Schouten in de linker benedenhoek. Zo hard dat als het zou waaien en de bal had tegenwind, hij niet over de lijn zou zijn gegaan, maar links was en is nog steeds mijn slechte hoek.

Daarna onder Thijs Bunnik in de B-junioren op de linkshalfplaats van de B, niet doorgestroomd naar de A, want daar waren te weinig spelers voor en ik kwam terecht in WSE 5. Onder leiding van Theo Droog kwam ik op de linkshalfplaats goed van pas als linksbenige. Jan van de Velden was daar de doelman en raakte geblesseerd, dus ik moest zijn plaats overnemen. Ik heb in mijn hele voetballoopbaan één keer gescoord. Nou, een hele belevenis! Zwart voor de ogen en 10 man boven op je. Twee achter elkaar gespeelde beslissingswedstrijden tegen Moordrecht 5 op het Groeneweg-terrein; als ik daar aan denk, word ik weer dronken, geweldig.

Maar na het breken van de tweede kruisband, een in elk been ben ik definitief gaan fluiten voor de bond op de zaterdag. De cursus gedaan toen ik nog voetbalde samen met Ge Smakman en ene Veldhoen. De eerste wedstrijd is nooit tot een einde gekomen, want de heer Dingelmans van Moerkapelle 3 ging met zo’n beetje iedereen op de vuist zodat wij na rijp beraad met de cursusleider de wedstrijd hebben gestaakt. Zo begon ik in de res. 7e klasse zaterdag.

Mijn eerste officiële wedstrijd was Zevenhoven 5. Het was ijskoud en ik was onder begeleiding van Co Doeleman. Ik had mijn trainingsbroek aangedaan en Co zei dat dit niet kon, maar ik zei: “Ik doe dit voor mijn plezier”, en ging met de broek aan fluiten, dus de eerste punten waren binnen.

De trainingen bij de Springers werden goed bezocht onder leiding van Clemens, Teun, en Hans. Ze waren pittig, maar het commentaar van de ervaren scheidsrechters was soms ook niet van de lucht. Bij de Cooper-test in Boskoop op de atletiekbaan zei een scheids uit Moordrecht (ik zal zijn naam niet noemen): “Lopen kan je niet.”

Ik heb leuke fijne hilarische en slechte momenten mee gemaakt maar houd nog steeds ontzettend veel van het potje voetbal. Zo op mijn rug liggend heb ik ze eens de revue laten passeren.

In Rotterdam de Feyenoord(fans) van de FC Boszoom, waar ik de no. 4 rood toonde, moest staken en weer hervatte. Zag dat de no. 4 van shirt had gewisseld met no. 9 en ik tegen hem zei: “Jij bent eruit gestuurd en jij had no. 4 .” Waarop hij zei: “Dat weet ik.” Maar de toon was gezet en ik kon geen goed meer doen. Na afloop van de wedstrijd ben ik op aanraden van een bestuurslid in de bestuurskamer blijven zitten tot iedereen weg was.

Op de Charloisse Hogedijk mijn auto nagenoeg total loss gereden op een vluchtheuvel. De clubs bestaan niet meer maar het waren Joegoslaven. Bij aankomst werd er al gezegd tegen mij: “Scheids, je moet wel eerlijk fluiten.” Nu, van eerlijk voetbal hadden de beide teams nog nooit gehoord! Ik was totaal van de leg en heb de heuvel nooit gezien, alleen gevoeld.

Een inhaalwedstrijd bij Voorschoten, waar niemand was voor de ontvangst en mijn zwager die bij mij was de weg wist. Wij hebben toen zelf de bal en vlaggen gepakt en gevraagd aan de terreinknecht op welk veld wij moesten spelen. En na tijdelijk staken vanwege onweer kwam een man mijn kleedkamer in en zei: “We gaan niet verder.” Bleek dat dus de voorzitter te zijn, was er een tractor het veld opgereden waar wij de rest van de wedstrijd omheen hebben moeten voetballen omdat deze in de weg stond en de sleutels er niet meer in zaten. De dag erna in het Leids Dagblad: Scheidsrechter laat zich niet wegjagen.

Valken 3-PGS Vogels 3. De namen zeggen het al: het enige wat ze konden was vliegen en de scheids verwensen. Daar ben ik ook niet verder gegaan en dan komen ze bij je van “Scheids, we meenden het niet zo en zo,” nou, daar had je maar eerder aan moeten denken.

Voor de Goudsche Courant Cup GSV–Gouda gefloten, waar een Marokkaanse vader in de tweede helft met een trottoirtegel het veld op komt lopen.

De wedstrijd Alphia – Rijnland. Acht gele kaarten en een direct rood. Met het verslag in de krant: “Scheidsrechter Roodenburg (de goede man dacht zeker dat ik uit Leiden kwam), dit kan wel eens een leuke middag worden.” Nu, voor mij om te fluiten niet. Alles wat kon gebeuren, gebeurde. Dan vraag je je zelf wel eens af: “Ligt dit alles nu aan mij?”, maar gelukkig niet. Er was deze middag een rapporteur aangesteld en mijn rapport was goed. Een geruststelling, kan ik je vertellen.

Maar er zijn ook leuke ervaringen, zoals bij Excelsior ’20, waar ik een zieke scheids moest vervangen. Op de motor ernaartoe en te laat voor de aanvang. Zegt zo’n bijdehante oud-eerste-elftalspeler op zijn klokje wijzend: “Kenne we beginnen, scheidsie?”, waarna ik mijn vlaggetjes liet vallen en demonstratief mijn warming up ging doen. Tijdens de wedstrijd verprutste deze zelfde speler de bal, waarop ik tegen hem zei: “We zijn al begonnen, hoor.” Toen was het stil.

Wij horen het allemaal wel: “Hee, scheids, twee kanten op fluiten!” Ik zei een keer tegen een speler: “Kijk!” en ik floot, draaide mij een halve slag om en floot weer, waarop hij maar morrend wegliep.

In de wedstrijd HBS 2–Wilhelmus 2 riep een speler tegen mij: “Je bent een pannenkoek!”, waarna ik de speler bij me riep. Terwijl deze zich al 100 keer verontschuldigde, zei ik tegen hem: “Ik zal duidelijk voor je zijn: ik ben geen pannenkoek, maar timmerman.” Was hij even opgelucht.

De streekderby Altior 1-Nicolaas Boys 1 met een nieuw complex voor Altior, het toegangshek op slot met kettingen, 800 man publiek, vuurwerk en groene rookkaarsen. Een geweldige ambiance en een prachtpotje voetbal, daar krijg je de rillingen van op de rug.

Wat ik recent nog meemaakte, was een vraag van de assistent van Bloemendaal na afloop van het praatje voor de wedstrijd: “Hoe is het in het kleine café aan de haven?” Waarop ik direct antwoordde: “Geen gekookte eieren maar een serveerster met grote tieten,” waarop hij zei: “Die is scherp, zeg.”

Dit alles zo in gedachten gepasseerd te hebben, dacht ik bij mij zelf: “Wat hebben wij toch allemaal gemist in deze uiterst vervelende tijd. Opgelegde verplichtingen, sociaal onderbroken, ook in de werksfeer een abnormale situatie, dit alles is een stevige kluif om door te komen. Dan is het potje voetbal met beslissingen – al dan niet correct – overtredingen, zeurende spelers en trainers, je doet het nooit goed, uitlatingen met alles erop en eraan, een gemeengoed wat we nu weten te waarderen nu het niet wordt gespeeld. Ik hoop van ganser harte dat spelers en coaches en publiek er nu ook van doordrongen zijn dat ze wij scheidsrechters erbij zijn om het spel volgens de regels te laten verlopen en niet dat ze tegen ons voetballen maar een tegenstander en dit een lange tijd niet meer gedaan hebben.

Beste sportvrienden, ik wens jullie allemaal en jullie partners en familie een voorspoedig en een gezonde voortzetting van ons welzijn toe.

Barry Rodenburg

Geplaatst in Column.

2 reacties

  1. Ik weet zeker dat meerdere scheidsrechters rare of hilarische momenten hebben meegemaakt als scheidsrechter. En achteraf kan je daar smakelijk om lachen. Wat ik zelf heb meegemaakt: Ik moest een wedstrijd fluiten, en halverwege krijg ik ontzettende kramp. Ik hielt het niet meer, nam een sprint richting kantne, en deed daar mijn behoefte. Teruggekomen op het veld keken de meesten raar naar me. Waarop ik zei: Dat lucht op, waarna het spel verder ging. Of er niets gebeurd was. Hoe het ook zij al die onvoorziene momenten hebben een verhaal. Maar als ik het verhaal van Barry lees, in een woord prachtig.

  2. Geweldige beschrijving van “gedoe op en langs het veld” dat wij nu al geruime tijd moeten missen…. Dit is precies waarom wij het al zo lang doen, en ook na onze pensionering blijven doen!
    Mooi verwoord, Barry.
    Rene

Reacties zijn gesloten.